Het actieplan bestaat uit 25 initiatieven die het meer individueel welbevinden, meer maatschappelijke aanvaarding en onderzoek moeten stimuleren.
Vooral de Vlaamse holebi-beweging krijgt een prominente plaats in het Actieplan. De Holebifederatie België is partner in de uitwerking van een aantal initiatieven en is blij dat het Actieplan veel aandacht schenkt aan het welbevinden van specifieke deelgroepen uit de holebi-populatie.
Het Actieplan holebi’s komt er naar aanleiding van het onderzoek van Marc Hooghe van de Universiteit Leuven dat aantoont dat 43,5 procent van de Vlaamse jongens en 23,5 procent van de meisjes een negatieve houding heeft ten aanzien van holebi’s. Het plan wil het welbevinden van holebi’s op verschillende manieren verbeteren.
De Holebifederatie België is blij dat het Actieplan van minister
Kathleen Van Brempt
een grote betrokkenheid van de holebi-beweging voorop stelt. ‘Het is belangrijk dat het holebiverenigingsleven en de bevoegde beleidsmakers elkaar kunnen versterken in de strijd voor een verhoogd welzijn van holebi’s. Daarom zijn we blij dat het middenveld sterk betrokken wordt in de uitwerking van de initiatieven’, aldus Holebifederatie-woordvoerder Mieke Stessens.
Nieuw onderzoek moet klaarheid brengen in de mechanismen die ervoor zorgen dat bepaalde groepen binnen de holebi-populatie bijzonder kwetsbaar zijn. Doelgroepgerichte campagnes moeten de maatschappelijke aanvaarding van holebi’s bevorderen. Die zullen zich richten op jongeren, de familie van holebi’s en allochtone jongeren. Het plan voorziet ook in acties om het individueel welbevinden van holebi’s te verhogen. Onderzoek naar de oorzaken van het verhoogde risico op depressies bij lesbiennes is er één van.
‘Tegemoet komen aan de specifieke noden van deelgroepen van holebi’s is een grote uitdaging, zowel voor het beleid als voor de holebibeweging. We zijn blij dat er nieuw onderzoek komt dat zal nagaan waarom lesbische en bi- meisjes een verhoogd risico lopen op depressies. Als we jonge lesbiennes en bi-meisjes minder kwetsbaar willen maken, hebben we nood aan wetenschappelijke kennis over de oorzaken van hun kwetsbaarheid’, zegt Mieke Stessens.