In Turkmenistan is het onmogelijk om openlijk homo, lesbo of transgender te zijn. Lesbische en transgendervrouwen hebben het erg zwaar. COC slaagde er in deze kwestie op de agenda van het vrouwencomité van de Verenigde Naties te plaatsen.
Turkmenistan, een Centraal-Aziatisch land dat tot 1991 deel uitmaakte van de Sovjet-Unie en ligt tussen Oezbekistan, Afghanistan en Iran, kent een van de meest repressieve regimes op de wereld. Zo scoren volgens de World Press Freedom Index alleen Noord-Korea en Birma slechter op het gebied van persvrijheid, kent het land maar één politieke partij en is er sprake van hevige discriminatie tegen vrouwen en LHBT’s.
Het is in Turkmenistan onmogelijk om openlijk homo, lesbo of transgender te zijn, niet alleen omdat het sociale leven volledig gericht is op het huwelijk tussen een man en een vrouw, maar ook omdat homoseksualiteit strafbaar is met maximaal twee jaar gevangenisstraf. Er is geen LHBT-beweging in Turkmenistan omdat al het werk van mensenrechtenorganisaties onmogelijk gemaakt wordt doordat alleen door de staat goedgekeurde organisaties actief mogen zijn. Onder deze omstandigheden hebben lesbische en transgendervrouwen het erg zwaar. Ze hebben geen andere keus dan te trouwen: ongetrouwde vrouwen worden in de sociale wereld niet geaccepteerd en kunnen niet in hun levensonderhoud voorzien.
De Turkmeense overheid moest afgelopen oktober bij het vrouwencomité van de VN (de ‘Committee on the Elimination of Discrimination against Women’, CEDAW) verantwoording afleggen over de positie van vrouwen in het land. COC Nederland was hier aanwezig om de problematiek van LBT-vrouwen in Turkmenistan op de kaart te zetten bij de leden van het CEDAW-Comité. Samen met activisten uit de regio en het Norwegian Helsinki Committee organiseerde COC een bijeenkomst voorafgaand aan de sessie waarin de leden van het verdragscomité werden ingelicht over de situatie van vrouwen in Turkmenistan, met speciale aandacht voor de positie van LBT-vrouwen.
Dit leidde ertoe dat tijdens de officiële review-sessie met Turkmenistan vragen werden gesteld door de leden van het Comité over discriminatie tegen LBT-vrouwen en over de strafbaarstelling van homoseksualiteit. De Turkmeense overheid werd dus in VN-verband op het matje geroepen om haar beleid ten opzichte van deze kwetsbare groep. De reactie van Turkmenistan op deze vragen was voorspelbaar: de delegatie omzeilde de vraag en gaf pas na herhaaldelijk aandringen van het Sloveense lid van het Comité aan dat “er naar de kwestie gekeken zou worden”.
Ondanks dat de Turkmeense overheid dus geen uitspraken over discriminatie tegen LBT-vrouwen heeft gedaan, is de uitkomst van de CEDAW-sessie niet negatief. Het feit dat er herhaaldelijk door de Comité-leden werd gewezen op de positie van LBT-vrouwen is al een vooruitgang binnen dit instrument van de VN, omdat tot een aantal jaren geleden dit onderwerp veelal over het hoofd werd gezien.
Het COC komt op voor LHBT-rechten. Steun jij het COC?