De onderzoekers zijn op meer censuur gestuit dan ze aanvankelijk hadden verwacht. Vonden zij in 2002 nog maar een paar staten die gericht websites afschermden, nu waren het er 25 en daarom concluderen de onderzoekers dat internet wereldwijd is uitgegroeid tot een fenomeen waar overheden hun ogen niet meer voor sluiten.
China, Iran, Myanmar, Syrië, Tunesië en Vietnam staan bovenaan de lijst als het gaat om het blokkeren van politieke websites – vooral als het gaat om meldingen van schendingen van mensenrechten.
Iran heeft daarnaast ook nog het strengste beleid in het filteren van ‘sociale’ praktijken als pornografie, gokken en homoseksualiteit op internet. Wat dit soort van filtering betreft wordt Iran op de voet gevolgd door Oman, Saoedi-Arabië, Soedan, Tunesië, Jemen en de Verenigde Arabische Emiraten.
Als het om ‘sociale praktijken’ gaat is de censuur substantieel in China, Pakistan en Thailand. Selectief filteren komt wereldwijd voor in de Verenigde Staten, Canada, Australië, Brazilië, Argentinië, Colombia, Peru, Zuid-Afrika, Ethiopië en in Europa in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Italië, Zweden, Noorwegen en Denemarken. Maar dus niet in Nederland, blijkt uit het overzicht op de website van OpenNet Initiative.
In Zuid-Korea blijkt de censuur een heel bijzonder selectief karakter te hebben: alleen websites die informatie geven over buurland Noord-Korea zijn verboden.
Ondanks politieke conflicten in landen als Israël, Palestina en Rusland troffen de onderzoekers hier geen enkele vorm van webfiltering aan.
Het onderzoek is niet helemaal volledig geweest. De onderzoekers konden vanwege beperkte middelen slechts 41 landen onderzoeken, maar denken dat veel meer landen het internet filteren. Noord-Amerikaanse en Europese landen werden buiten beschouwing gelaten, omdat webcensuur volgens de onderzoekers in westerse landen weinig zou voorkomen of reeds in de openbaarheid aan de kaak gesteld wordt. Ook Noord-Korea en Cuba zijn niet opgenomen in het onderzoek omdat dit de plaatselijke medewerkers aan het onderzoek in gevaar zou kunnen brengen.
Internetgebruikers kunnen in theorie filters omzeilen via geavanceerde software en het gebruik van proxy’s – andere plekken op internet waar de gezochte informatie ook is opgeslagen – maar dat is voor veel mensen in de praktijk moeilijk te realiseren. In sommige landen geldt bovendien dat het een misdrijf op zich is om te proberen de filters te omzeilen.
Een groot probleem is volgens de onderzoekers dat burgers in de meeste gevallen geen bezwaar kunnen maken bij hun overheid tegen de blokkades. Alleen in Saoedi-Arabië, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten zijn daar wel regelingen voor.
Jonathan Zittrain, hoogleraar internetwet- en -regelgeving aan de Oxford Universiteit, zegt dat het filteren het meest lijkt voor te komen in landen waar het gebruik van het internet onder de bevolking een hoge vlucht genomen heeft en dat dit mogelijk een verklaring geeft voor het ontbreken van filtering in bijvoorbeeld Rusland en Egypte.
OpenNet Intiative
, een samenwerkingsverband van onderzoekers van de universiteiten van Cambridge, Oxford, Harvard en Toronto, heeft eerder al gedetailleerde rapporten gepubliceerd over internetcensuur in specifieke landen. Dit net verschenen rapport is een poging onderzoeksresultaten wereldwijd met elkaar te vergelijken.