Dat blijkt uit het eindrapport van de zogenoemde ‘commissie gravamen De Ronde’ dat donderdag 19 april a.s. op de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) wordt besproken.
De Ronde, ouderling in de hervormde gemeente van Woudenberg, diende in 2002 een gravamen in tegen het feit dat de synode van de Nederlandse Hervormde Kerk destijds akkoord was gegaan met het opnemen van ordinantie 5.4 in de kerkorde van de PKN. In deze ordinantie wordt het mogelijk gemaakt dat kerkenraden, na beraad in de gemeente, besluiten tot het laten zegenen van andere relaties dan het huwelijk tussen man en vrouw.
Uiteindelijk kwam het door De Ronde ingediende gravamen terecht op de agenda van de synode van de PKN. Die benoemde in november 2005 een commissie die zich over het bezwaarschrift moest uitspreken.
Deze commissie heeft nu haar eindverslag gepubliceerd. Daarin wordt gesteld dat ordinantie 5.4 niet tot het belijdend spreken van de kerk behoort, maar dat de inhoud van de ordinantie het belijden wel raakt. Omdat de ordinantie geen belijdend spreken van de kerk is, kan de synode het bezwaar van De Ronde niet als een gravamen in behandeling nemen.
De commissie stelt echter dat De Ronde met zijn bezwaren tegen de inhoud van de desbetreffende ordinantie bij de generale synode wel aan het goede adres is.
De commissie doet de synode daarom de aanbeveling het gesprek over seksualiteit en relatievormen voort te zetten ‘in het licht van Gods Woord’, omdat de synode er volgens de commissie nog steeds niet in geslaagd is ‘om over deze belangrijke aangelegenheid tot een eenduidige en Bijbels gefundeerde visie te komen’.
Zie voor meer informatie: