Terug naar overzicht

'Ook homoseksuele liefde kan Gods liefde zijn'

Kan homoseksuele beleving van liefde en christelijk gelovig leven samengaan? Die vraag staat centraal in de intrigerende studie van de De Cock.

De conclusie van Bernard de Cock o.p. mag in Rooms-Katholieke Kerk opzienbarend zijn, maar is dat heel wat minder voor wie weet dat de Vlaamse dominicaan al langer bezig is met homo-emancipatoire onderwerpen. Toch heeft hij het zich in zijn studie, waarmee hij op 9 december jl. de graad van doctor in de godsgeleerdheid ontving, niet gemakkelijk gemaakt.

Homoseksualiteit blijft tot op vandaag binnen de katholieke kerk – zoals in vrijwel alle godsdiensten – een moeilijk te hanteren fenomeen, constateert De Cock. Het negatieve antwoord van het leergezag op de gestelde vraag wordt door gelovige homo’s allesbehalve als bemoedigend en moreel verhelderend ervaren, maar als kwetsend en uitsluitend. Daar tegenin is tijdens de laatste veertig jaar in het Westen een homobevrijdingstheologie op gang gekomen, die parallel loopt met een steeds grotere maatschappelijke zichtbaarheid van homo’s en het ontstaan van een eigen openbare homocultuur.

Die theologie probeert ontvoogding, streven naar gelijkwaardigheid, opbouw van een zelfbeeld van de homo en spritualiteit samen te houden en pastoraal werkbaar te maken. Sommige theologen kiezen voor een vrij directe confrontatie met de officieel-kerkelijke leer, anderen leggen de nadruk op het ontwikkelen van een eigen visie. In dat alles krijgt de emancipatie de grootste aandacht. De bevrijdende God staat centraal.

De Cock is niet eenvoudig doorgegaan op de lijn van de homo-bevrijdingstheologie, maar hij wil meer dan alleen aandacht vragen voor emancipatie op grond van het geloof in de bevrijdende God, omdat die invalshoek niets zegt over de homoseksualiteit en de homoseksuele mens zelf, noch over de morele (seksuele) vragen in dat verband.

De oorspronkelijke intuïtie van de studie van De Cock is dat de emancipatie van homo’s en lesbiennes erbij gebaat is als het eigene van hun beleving besproken wordt. Daarom kiest hij voor een lichamelijk verankerde benadering van de homoseksuele mens en zijn seksualiteit.
'Ook homoseksuele liefde kan Gods liefde zijn'
In het eerste deel van het proefschrift bespreekt De Cock de verdiensten en tekorten van de homobevrijdingstheologische benaderingen.

In het tweede deel onderzoekt hij het denken van de Franse moraaltheoloog Xavier Lacroix, die aandacht heeft voor het lichamelijke aspect en de morele vragen van seksualiteit. Lacroix interpreteert gebaren van tederheid en seksualiteit als een zichzelf geven, en uiteindelijk als lichamelijke eenwording. Een bruikbare manier van kijken, vindt De Cock, zij het dat Lacroix homoseksualiteit afwijst.

In het derde deel van zijn proefschrift past De Cock elementen van de methode van Lacroix op seksuele gebaren van de mannelijke homo. Volgens hem hebben die gebaren ‘de betekenis van een ‘contactiliteit (samen-voelen), dat moet doorgroeien naar een liefdevolle zelfgave’.

Juist in dat doorgroeien wordt ook homoseksuele liefde volgens De Cock ‘bevrucht door de openbaring: God schenkt zichzelf als liefde weg aan de mens, en roept de mens op die liefde verder te schenken en te beleven’. Van liefde is volgens De Cock echter pas sprake ‘als het samen-voelen steeds meer van die goddelijke liefde wordt doordrongen’.

Bernard De Cock

, _Aangeraakt tot liefde – Proeve van een theologische antropologie over lichaam en homoseksualiteit_. Proefschrift tot verkrijging van de graad van Doctor in de Godgeleerdheid, Leuven, Katholieke Universiteit van Leuven, 2009.

Zie voor meer informatie en een download van Aangeraakt tot Liefde.