De demonstratie werd georganiseerd door de Middle East Workers’ Solidarity en de National Union of Students LGBT Campaign en werd gesteund door OutRage! en de Britse tak van IDAHO (Internationale Dag tegen Homofobie).
De demonstranten hadden drie duidelijke eisen:
– stuur Mehdi Kazemi niet terug naar Iran;
– erken dat de homofobische Iraanse wetten mensenrechten schenden;
– geef de slachtoffers van homofobische vervolging asiel in Groot-Brittannië.
Peter Tatchell, oprichter van OutRage! en de meest vooraanstaande Britse (homo)mensenrechtenactivist, sprak de menigte toe.
‘Internationaal protest dwingt de Britse minister van Binnenlandse Zaken Jacqui Smith om de asielzaak van Mehdi Kazemi te herzien en opnieuw in behandeling te nemen. Maar er is geen enkele garantie dat dit betekent dat hem asiel verleent zal worden. We hopen dat Mehdi Kazemi een nieuw asielverzoek mag indienen en dat dit zal leiden tot het verlenen van de vluchtelingenstatus aan hem zodat hij veilig in Groot-Brittannië mag blijven’.
De asielzaken van Mehdi Kazemi en Pegah Emambakhsh tonen volgens Tatchell echter aan dat Groot-Brittannië schromelijk te kort schiet als het gaat om het bieden van bescherming en veiligheid aan homoseksuelen die hun land vanwege vervolging en het schenden van mensenrechten ontvluchten.
‘Wat nodig is, is een fundamentele hervorming van de asielprocedures die het ministerie van Binnenlandse Zaken hanteert als het gaat om homoseksuele asielzoekers. Medewerkers van de immigratiedienst krijgen wel trainingen als het gaat om ras en geslacht, maar niet als het gaat om seksuele gerichtheid. Het gevolg is dat de medewerkers zich in het beoordelen van asielzaken van homoseksuelen laten leiden door vooroordelen en stereotyperingen. Daarom wijzen ze bijvoorbeeld asielverzoeken af als blijkt dat de homoseksuele asielzoeker getrouwd is – dat zou dan bewijzen dat de asielzoeker zich alleen maar voordoet als homoseksueel’, zegt Tatchell.
_Peter Tatchell en Derek Lennard – Brits organisator van IDAHO_
‘Het ministerie van Binnenlandse Zaken onderneemt ook helemaal niets om homofoob geweld in de asielzoekerscentra tegen te gaan. Homoseksuele asielzoekers geven keer op keer aan daartegen te weinig bescherming te krijgen van de medewerkers en de leiding van de asielcentra’.
‘De regering weigert om expliciet te erkennen dat homo- en transgendervervolging legitieme gronden zijn voor het verlenen van asiel. Immigratiemedewerkers en rechters laten keer op keer blijken dat ze vervolging vanwege etniciteit, geslacht, geloof of politieke overtuiging hoger in schatten en beter behandelen. De ambtsberichten van het ministerie van Buitenlandse Zaken over vervolgingen van homoseksuelen en transgenders zijn ook vaak partijdig, onzorgvuldig en misleidend. In die rapporten worden de schendingen van mensenrechten van homoseksuelen en transgenders in landen als Iran, Nigeria, Irak, Oeganda, Palestina, Algerije en Jamaica consequent als minder ernstig ingeschat’, zo stelt Tatchell vast.
Op dit moment verblijft Mehdi Kazemi nog steeds in Nederland, maar de Raad van State heeft geoordeeld dat hij ons land zijn asielverzoek niet hoeft te behandelen en dat teruggestuurd mag worden naar Groot-Brittannië omdat hij daar zijn eerste asielverzoek gedaan heeft.
Dat oordeel is een gevolg van het zogenaamde Dublin Akkoord, om te voorkomen dat de open grenzen tussen een aantal EU-landen asielzoekers de gelegenheid biedt om steeds in weer andere landen asiel aan te vragen. Afgesproken is dat de asielaanvraag in principe enkel in het land van aankomst behandeld wordt.
Op die regel mogen overigens wel uitzonderingen gemaakt worden, ook dat is in het Dublin Akkoord geregeld, vandaar dat het COC er bij staatssecrataris Albayrak op heeft aangedrongen die uitzondering in het geval van Mehdi Kazemi te maken.
Zie voor meer informatie ons dossier Stop Executies Iran.