Jos Megens houdt zich al sinds 1977 bezig met de behandeling van transseksuelen. Hij was nog maar arts in opleiding toen drie transseksuelen de polikliniek opliepen. De afdeling was in rep en roer. Er werd gelachen, door bezoekers en patiënten. Megens dacht: hier moet ik iets aan doen. Dus werd hij medeoprichter van het Genderteam van het VU Medisch Centrum.
Naast z’n werk binnen het ziekenhuis is hij ook daarbuiten al ruim drie decennia onvermoeibaar bezig met het geven van voorlichting over transseksualiteit, zowel aan transseksuelen zelf, als aan hun omgeving en de buitenwereld. Zo probeert Megens al meer dan 35 jaar de positie van transseksuelen te verbeteren. Hij trekt langs maatschappelijk werkers, huisartsen en instellingen om het taboe te doorbreken en transseksualiteit bespreekbaar te maken.
Er zijn in Nederland weinig transseksuelen te vinden die niet met Megens te maken hebben gehad, en geen die niet de vruchten hebben geplukt van zijn werk. Van de meer dan 3500 mensen die hij heeft geholpen, kent hij van heel wat het persoonlijk verhaal, hun naam, hun problemen. Een vaderfiguur, aldus één van zijn oude patiënten.
Toen de ouders van twee verschillende transseksuelen besloten om Megens voor te dragen voor een koninklijke onderscheiding was het dan ook niet moeilijk om voldoende medestanders te vinden voor dat idee.