Terug naar overzicht

Dopen van een kind van een lesbisch paar?

Volgens de kerkenraad van de NGK-Emmeloord staat de doop los van een standpunt over homoseksualiteit. De doop werd toegestaan ‘omdat het kindje deel uitmaakt van het verbond’. Hoewel de relatie van de moeders door de kerk niet werd erkend en niet werd ingezegend, kwam de kerkenraad wel tot de conclusie dat de biologische moeder van het kind een oprecht gelovige vrouw is en daarmee deel uitmaakt van het verbond – en daarmee dus ook haar kind. Vraag is echter wel of de kerkenraad met deze doopbediening niet toch indirect de lesbische relatie van de moeders erkent.

In de

Gereformeerde Gemeenten

had deze doop niet kunnen plaatsvinden, zegt dominee Golverdingen van de gereformeerde gemeente in Waarde. ‘Niet het kindje, maar de levenswandel van de doopouders moet uitgangspunt zijn van de overweging of je kunt dopen’. Er zou enkel gedoopt kunnen worden ‘wanneer de ouders schuldbelijdenis doen, en dan in de praktijk ook hun relatie verbreken’, vindt de dominee.

Die mening wordt gedeeld door dominee Heemskerk, preses van de synode van de

Hersteld Hervormde Kerk

(HHJ). Hij wijst de doop van een kindje van lesbische ouders ronduit af. ‘De Bijbel noemt een lesbische verhouding uitdrukkelijk een gruwel’, zegt Heemskerk. ‘En ook de kunstmatige verwekking is niet Bijbels te noemen’.

Dominee Quant, kerkrechtdeskundige en preses van de laatste synode van de

Christelijk Gereformeerde Kerken

(CGK), heeft ook zijn twijfels. Hij legt het probleem al bij de kunstmatige inseminatie en vraagt zich af of dat al geen reden voor censuur zou moeten zijn. ‘Er zijn hiervoor geen synodebesluiten, maar persoonlijk denk ik dat een kerkenraad zich op z’n minst met de vraag die dat oproept moet confronteren’. Quant denkt dat NGK-Emmeloord door het toelaten van de doop van de dochter ook de lesbische relatie van de moeders erkent.

In de

Protestantse Kerk in Nederland

(PKN) zou een kindje van lesbische ouders wel gedoopt kunnen worden, denkt kerkrechtdeskundige Van den Heuvel. Op grond van een houding van ‘buitengewone terughoudendheid in het weigeren’ gecombineerd met ‘grote zorgvuldigheid in het pastoraat’. Volgens Van den Heuvel ‘is het niet aan ons een kind buiten de lichtkring van de genade te zetten’. Hij vindt ook dat ‘het weigeren van de doop niet mag functioneren als een tuchtmaatregel’ in feite gericht tegen de ouders. De doop van het kindje komt volgens Van den Heuvel feitelijk ook neer ‘op het niet-afwijzen van de levenswandel’ van de lesbische moeders. Van den Heuvel is kritisch over de visie van NGK-Emmeloord dat ze met deze doop geen standpunt innemen over homoseksualiteit. Volgens hem is dat ‘niet te rijmen met de gereformeerde visie op doop, avondmaal en tucht’. De doop is een ‘zegel op de verbintenis’ van de ouders en daarom stelt Van den Heuvel dat de doop door de NGK-Emmeloord de kerkrechtelijke erkenning van hun lesbische relatie door die kerk inhoudt.

Ook in de

Gereformeerde Bond

– de behoudende tak van de PKN – zal de doop van een kindje van lesbische moeders niet gemakkelijk geweigerd worden, zegt algemeen-secretaris Vergunst. Maar hier ligt wel een spanning vanwege de levenswandel van de ouders. ‘Het is dan niet de kerkenraad die het kind van deze ouders de doop onthoudt, maar de ouders zelf’. De kerkenraad zal zich dan moeten inspannen om ouders ‘een levenswijze waardig het Evangelie’ voor te houden. Vergunst denkt echter dat dit bij twee lesbische ouders ‘een uiterst moeilijk begaanbare weg’ is, omdat hun leefwijze ‘niet passend te krijgen is met de stijl van Gods Koninkrijk, met de bij de doop uitgesproken belofte om het kind te onderwijzen in de volkomen leer van de zaligheid’.

Zie ook:

NGK-kerk doopt kind van lesbische ouders