Met deze wet wordt het officieel veranderen van geslacht dus een louter administratieve aangelegenheid, en is het geen gunst meer die afhangt van het oordeel van de rechter.
De nieuwe wet roept een administratieve procedure in het leven voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, vergelijkbaar met de aangifte van een geboorte. De persoon die van geslacht wil veranderen, bezorgt aan de ambtenaar een verklaring van het medisch team dat hem of haar begeleidt in de overgang van het ene naar het andere geslacht. Op basis daarvan schrijft de ambtenaar een akte die het nieuwe geslacht vermeldt. Later wordt de geboorteakte aangepast.
Voor het veranderen van de voornaam moet de betrokkene ook een verzoek indienen. Hierbij voegt hij of zij een verklaring van het behandelende medisch team die stelt dat de voornaamswijziging essentieel is bij de rolomkering van de betrokken persoon.
Het oorspronkelijke wetsvoorstel was onderhevig aan kritiek vanuit de transgenderwereld, omdat het aanvankelijk heel wat strikt medische bepalingen inhield.
Oorspronkelijk legde het wetsvoorstel de nadruk op de verplichte chirurgische reconstructieve ingreep als voorwaarde om het geslacht te veranderen.
In de uiteindelijke wet wordt de beslissing of de persoon in kwestie ‘klaar’ is om een geslachtswijziging te ondergaan, in de handen gelegd van het medisch team van deskundigen. Zij volgen en begeleiden immers de overgang naar het andere geslacht van de betrokkene.