Terug naar overzicht

Aruba – Rechtszaak over uitspraken ‘homohuwelijk’

Dat schrijft de Arubaanse advocaat-generaal in een schriftelijk verweer in de zaak die vandaag diende voor het Gemeenschappelijk Hof van de Nederlandse Antillen en Aruba.

De zaak is aangespannen omdat een beslissing tot vervolging door het Openbaar Ministerie is uitgebleven. Het gaat om de aangifte die op 22 augustus 2005 werd gedaan door de Homo Lesbische Federatie Nederland (HLBF.NL). De voorzitter van deze federatie, André van Wanrooij, deed toen aangifte tegen minister Rudy Croes (MEP) van Justitie, tegen landsadvocaat Hendrik Croes en tegen landsvertegenwoordiger Paul Langerak wegens openbare belediging, discriminatie en het aanzetten tot haat, discriminatie en/of geweld.

De aangifte vond zijn aanleiding in uitspraken naar aanleiding van de rechtsgang van het lesbische echtpaar

Esther en Charlene Oduber-Lamers

tegen het Land Aruba.

Minister Rudy Croes van Justitie noemde de uitspraak in het voordeel van het echtpaar ‘een zwarte dag voor Aruba’. In het appèlschrift en door landsvertegenwoordiger Paul Langerak werd een huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht vergeleken met een huwelijk tussen mens en dier. Landsadvocaat Hendrik Croes noemde in zijn functie als adviseur van de regering het ‘homohuwelijk’ een onchristelijke en verwerpelijke vorm van decadentie die ‘moet worden geweerd met alle beschikbare middelen in onze landen’. Daarmee heeft hij de mogelijkheid van geweldstoepassing gesuggereerd, aldus de aangifte.

Uit de pleitnota van de advocaat-generaal blijkt dat hij de HLBF.NL niet als rechtstreeks belanghebbende rechtspersoon erkent. ‘Primair zijn zij derhalve niet ontvankelijk in hun klacht’. Hij concludeerde dan ook dat er niet onrechtmatig gehandeld is toen na de aangifte geen vervolging is ingesteld.

Volgens advocaat-generaal Nico Jörg staat het de minister van Justitie vrij om de erkenning van het homohuwelijk in Nederland als een zwarte dag voor Aruba te beschouwen. Het Statuut laat de afzonderlijke delen van het Koninkrijk toe hun burgerlijk recht zelf vast te stellen.

‘Het huwelijk is zo’n onderdeel dat op Aruba niet werd verruimd tot personen van hetzelfde geslacht, zoals dat in Nederland wel is geschied. In het maatschappelijke debat over het homohuwelijk vind ik dit geen ontoelaatbare uiting’, aldus Jörg. Maar op het laatste punt dat de erkenning van het huwelijk van een paar van gelijk geslacht strijdig is met de wet, de openbare orde en de zedelijkheid valt volgens de advocaat-generaal af te dingen.

‘Het Arubaanse Burgerlijk Wetboek voorziet hier inderdaad niet in, maar dat wil nog niet zeggen dat die erkenning in strijd zou zijn met de wet’.

Vandaar dat de advocaat-generaal geen aanleiding tot vervolging ziet. ‘Vergelijkbare zaken in cassatie hebben alle wel tot handhaving van de vrijspraak geleid, maar het mag niet zo zijn dat raadslieden de vrijheid hebben om beledigende uitlatingen te doen. Een advocaat moet krenkende beweringen achterwege laten’, schrijft Jörg.

Tijdens de aangifte was er sprake van enige strubbelingen. Van Wanrooij noemt het opzienbarend dat het de Arubaanse mensenrechtenorganisatie Rainbow Warriors International (RWI) verboden werd om eenzelfde aangifte te doen.

HLBF.NL-voorzitter Van Wanrooij tijdens een telefonisch interview: ‘Dergelijke uitlatingen, adviezen en vergelijkingen zijn ontoelaatbaar, zeker voor vertegenwoordigers van het Land. Maar zorgelijker is het verbod opgelegd aan RWI. In een democratie dient iedereen toegang te hebben tot de rechtsmiddelen. Het verbod dat middels intimidatie is opgelegd, is de bijl aan de rechtsstaat’.

Omdat RWI geen aangifte heeft mogen doen, zal alsnog worden gepoogd om hiertegen in verweer te komen. ‘Het verwondert mij niet dat er een aparte procedure noodzakelijk is om te proberen het recht alsnog te laten zegevieren’, aldus Van Wanrooij.

Uitspraak van het Hof is gepland voor 18 juni a.s.

Zie voor meer informatie ons dossier Homohuwelijk.