Bahati diende zijn wetsvoorstel al in 2009 in, maar slaagde er uiteindelijk niet in om zijn voorstel voor de parlementsverkiezingen in 2011 aangenomen te krijgen. Nu probeert hij het opnieuw en hij beweert dat het hem niet gaat om het opleggen van de doodstraf voor homoseksuele handelingen – een bewering die door de media al te snel is overgenomen, want het moet nog blijken of de doodstraf ook werkelijk geschrapt wordt en niet opnieuw op indirecte wijze in het wetsvoorstel gehandhaafd wordt.
Gelet op het homofobe fanatisme van Bahati en zijn aanhang is er geen enkele reden om hem op zijn woord te geloven, maar dienen we hem vooral op zijn daden te beoordelen.
Bahati zegt ervan uit te gaan dat de maximumstraf voor homoseksuele handelingen uiteindelijk levenslang zal zijn, maar beklemtoont dat het hem eigenlijk vooral gaat om het tegengaan van de ‘promotie van homoseksualiteit’.
Daar staan in zijn wetsvoorstel inderdaad forse gevangenisstraffen op en ze zullen het werk van onze zusterorganisatie Sexual Minorities Uganda volkomen onmogelijk maken.
Bovendien is de tekst van het wetsvoorstel zo ruim geformuleerd dat het feitelijk onmogelijk wordt in het openbaar nog op te komen voor homoseksuelen – een maatregel waarmee ook de homovriendelijke voormalig Anglicaanse bisschop Christopher Ssenyonjo monddood gemaakt kan worden. Ook het internetblog Gay Uganda kan daarmee door de autoriteiten aangepakt worden – en bezoekers van die site lopen ook het risico als verdachten in het vizier van de autoriteiten te komen.
Wat ondertussen wel een hoopvol teken is als het gaat om de ontwikkelingen in Oeganda, is het feit dat een deel van de Oegandese media evenwichtig over deze kwestie rapporteert en daarbij ook Sexual Minorities Uganda aan het woord laat.
Maar zelfs als de doodstraf geschrapt wordt, dan nog gaat het hier om draconische wetgeving waarmee niet enkel LHBT’s getroffen worden. Bahati’s wetsvoorstel betekent namelijk een aantasting van fundamentele grondrechten – zoals de vrijheid van meningsuiting – van alle Oegandese burgers.
De parlementaire commissie heeft nu 45 dagen om zich over Bahati’s wetsvoorstel uit te spreken. Internationale druk is dus nodig om er voor te zorgen dat die commissie het wetsvoorstel aanpast of beter nog: naar de prullebak verwijst. Die druk kan effectief zijn want voor de begroting is de Oegandese regering voor bijna dertig procent afhankelijk van buitenlandse hulp.
Zie voor meer informatie ons dossier Afrika.