Terug naar overzicht

CGB veroordeelt werkgever vanwege homodiscriminatie

Een werkgever is wettelijk verplicht zorg te dragen voor een discriminatievrije werkvloer. Dit houdt onder meer in dat een werkgever er op dient toe te zien dat leidinggevenden en werknemers zich onthouden van discriminatie. Hierbij is van belang dat het handelen van een leidinggevenden rechtstreeks wordt toegerekend aan de werkgever.

De homoseksuele leerling-zorgkundige die een klacht bij de CGB indiende, volgt een werk-lerentraject en voert praktijkwerkzaamheden uit op een van de locaties van de instelling. De man stelt dat hij door collega’s werd gediscrimineerd vanwege zijn seksuele gerichtheid en dat de leidinggevende hen daar niet op aansprak.

De instelling ontkent dat er in haar organisatie wordt gediscrimineerd en dat zij bekend was met de klachten van de man. Die heeft echter ter onderbouwing van zijn klacht drie schriftelijke verklaringen van in totaal vijf collega’s aan de CGB overlegd.

De CGB stelt vast dat in een van de verklaringen wordt aangegeven dat er vaak grapjes in de richting van de man werden gemaakt over zijn homoseksuele gerichtheid en dat de leidinggevende die daarbij aanwezig was, daar niet tegen optrad.

Omdat de instelling niets heeft aangevoerd dat als tegenbewijs zou kunnen dienen en het handelen van de leidinggevenden rechtstreeks kan worden toegerekend aan de instelling is er volgens de CGB sprake van verboden onderscheid op grond van homoseksuele gerichtheid.

De man had ook een klacht wegens discriminatie vanwege zijn afkomst. Ten aanzien van de grond ras komt de CGB echter tot het oordeel dat hiervoor geen feiten zijn komen vast te staan die kunnen doen vermoeden dagt de leidinggevende hem discriminatoir bejegend heeft of dat de leidinggevende op de hoogte was van discriminatie op grond van ras door collega’s.

Zie voor meer informatie ons dossier Veiligheid en discrminatie.