Seksualiteit en rooms-katholieke kerk hebben een spannende verhouding met elkaar. Homoseksuele katholieken merken die spanning aan den lijve. Ook homoseksuele pastores.
Om staande te blijven in die spanning, en om ze tot een kracht om te vormen, heeft een aantal van hen in 1980 het Werkverband van Katholieke Homo-Pastores (WKHP) opgericht.
Het WKHP heeft steeds gepleit voor ruimte binnen de rooms-katholieke kerk voor gelovige homo’s en lesbo’s.
Tot nu toe is de officiële lijn van de rooms-katholieke kerk dat seksuele betrekkingen alleen binnen een man-vrouw-huwelijk plaats mogen hebben. Homoseksuele betrekkingen worden daarmee per definitie als zondig veroordeeld.
Het WKHP vindt die opvatting niet houdbaar, ja zelfs verwerpelijk. Zij beschouwen homoseksualiteit als ‘een vondst van de Schepper, een gave Gods’.
Doel van het WKHP is onder meer:
– een vrije ruimte te creëren voor de leden waar de eigen homoseksuele oriëntatie niet ter discussie staat,
– het gesprek over (homo)seksualiteit en christelijk geloven te bevorderen binnen en buiten de kerk,
– op te komen voor erkenning van de veelvormigheid van seksuele en relationele betrekkingen waarin mensen elkaar goed kunnen doen.
Recente standpuntbepalingen van het WKHP ten aanzien van kwesties rond kerk en homoseksualiteit zijn te lezen op de website, alsook de teksten (en vertalingen) van de twee pastorale brieven Tot zegen geroepen (1989) en Tot zegen bereid (2000).
Zie ook:
TROUW: ’Homoseksualiteit is een gave van God’
Zie verder ons dossier Vaticaan.