De twee mannen hadden de eigenaar van het bouwbedrijf een mailtje gestuurd met de vraag of hij hun plannen kon beoordelen en een prijsindicatie wilde geven.
‘Heeft u een mannelijke partner zoals lijkt uit uw e-mailadres? Sorry, maar als dat zo is passen we niet echt bij elkaar. Dit druist te sterk in tegen mijn principes. Daardoor zullen wij een te veel verstoorde samenwerking hebben’, schreef de aannemer als antwoord.
De mannen deden aangifte van discriminatie op basis van seksuele gerichtheid. Bij politieverhoor gaf de aannemer aan geen diensten te hebben geweigerd, maar alleen de mannen in hun eigenbelang te hebben geadviseerd een andere aannemer te zoeken. Vanuit zijn godsdienstige principes kan en wil de man geen zakelijke relatie opbouwen met homo’s.
De rechter vond dat de eis van de officier van justitie, 250 euro voorwaardelijk, geen recht deed aan de slachtoffers. Een dergelijke straf zou in contrast staan met de ernst van de feiten en in de toekomst kunnen leiden tot wantrouwen om door middel van een rechtszaak discriminatie te bestrijden.
Zie voor meer informatie ons dossier Veiligheid en discriminatie.