Terug naar overzicht

Fidel Castro geeft verantwoordelijkheid homovervolging toe

Fidel Castro was amper drie jaar aan de macht toen de homovervolging begon. In 1962 werden in de Cubaanse hoofdstad Havana razzia’s gehouden. Tijdens de zogenaamde ‘Nacht van de Drie P’s’ werden ‘prostituees, pooiers en poten’ opgepakt.

In die tijd was Fidel Castro en zijn revolutionaire regime zeer populair bij linkse intellectuelen. Maar zelfs die waren niet veilig: toen de Amerikaanse homoseksuele dichter Alan Ginsberg tijdens een bezoek aan Cuba in 1965 kritiek had op de homovervolging, werd hij zonder pardon het land uitgezet.

Werkkampen

In datzelfde jaar werden de Militaire Eenheden voor Hulp bij de Productie opgericht. Dat klinkt mooi, maar in feite waren dit werkkampen waar ‘contrarevolutionairen’ werden heropgevoed en dwangarbeid moesten verrichten.

Naar schatting 25.000 jongeren die volgens het regime ‘het verkeerde pad’ hadden gekozen en daarmee afdwaalden van de communistische leer, kwamen in de kampen terecht. Het ging vooral om homoseksuele mannen en gelovigen.

Dat leidde tot veel kritiek uit het buitenland, waardoor het regime van Fidel Castro sympathie begon te verliezen. Daarom werd in 1968 besloten om de werkkampen te sluiten.

Volgens een mogelijk mythisch verhaal nam Fidel Castro dat besluit nadat hij zichzelf incognito liet opsluiten in zo’n werkkamp en daar hevig schrok van de manier waarop de gevangenen werden behandeld.

Daarna kregen homoseksuelen het iets minder zwaar in Cuba. De kampen gingen weliswaar dicht, maar homoseksualiteit bleef ongewenst. Op 24 augustus 1997 was er nog een grote razzia: honderden aanwezigen op een feest in Havanna’s bekendste homoclub El Periquitón werden gearresteerd. Tussen de feestgangers bevonden zich de Spaanse filmregisseur Pedro Almodóvar en de Franse modeontwerper Jean Paul Gaultier.

Mea culpa

‘Een groot onrecht’ noemt Fidel Castro de behandeling van homoseksuelen op Cuba nu in het interview met _La Jornada_.

‘Als er iemand verantwoordelijk voor was ben ik het wel’, geeft de Cubaanse leider in een opmerkelijk mea culpa toe. Maar hij zegt ook ‘persoonlijk nooit iets tegen homo’s gehad’ te hebben en heeft ook altijd homoseksuelen onder zijn beste vrienden gehad…

Dat is waar, maar oude uitspraken van Fidel Castro vertellen toch een ander verhaal. In 1962 noemde Fidel homoseksuelen nog ‘minderwaardig’ en drie jaar later noemde hij homoseksualiteit ‘een afwijking’. Maar goed, voortschrijdend inzicht kleurt het eigen geheugen over iemands eigen verleden wel vaker bij…

Verbetering

Sinds de razzia in 1997 is er veel veranderd. Homoseksualiteit is niet langer strafbaar en de overheid voert actief campagne tegen homofobie. De seksuoloog Mariela Castro – dochter van Fidel’s broer Raúl Castro – werpt zich op als een soort beschermvrouwe van homoseksualiteit. Operaties om van sekse te veranderen zijn gratis.

Maar de schandvlek uit het verleden blijft. En daarvoor lijkt Fidel Castro zich nu te schamen – en als zo vaak wordt de schuld daarvoor bij anderen, bij hogere machten gelegd…

‘We hadden andere zorgen aan ons hoofd’, stelt Fidel Castro. Hij noemt de dreiging van een Amerikaanse invasie en de voortdurende dreiging van een moordaanslag op zijn leven. Maar hij erkent ook dat uitgerekend zijn ‘progressieve regime’ beter had moeten weten. ‘Het is alsof de Heilige zelf heeft gezondigd’.