Jacob Israël de Haan was de schrijver van de eerste Nederlandse homoroman Pijpelijntjes (1904). Ook de dichtregel Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen op het Homomonument in Amsterdam is van zijn hand.
De lezing van Evelien Gans draagt als titel Ik ben een Mensch: niets is mij vreemd gebleven – Het spiegelgevecht van Jaap Meijer met Jacob Israël de Haan_. Die titel is afkomstig uit het gedicht Het Einde (1918) dat Jacob Israël de Haan schreef naar aanleiding van de dood van zijn moeder Betje de Haan-Rubens.
‘Een Mensch, ja!’, dat was de Joodse historicus Jaap Meijer, De Haans biograaf, veel te vrijblijvend. ‘Anarchist, marxist, christen, homoseksueel, maar in elk geval geen jood!’. Dit is de spiegel die Meijer de jonge De Haan in het gezicht slingert.
Maar wie Meijers biografie De zoon van een gazzen. Het leven van Jacob Israël de Haan 1881 – 1924 (1967) aandachtig leest, ziet hoe mateloos gefascineerd Jaap Meijer is door zijn personage. Sterker dan het dédain voor de ‘pathologische figuur’ van De Haan is zijn bewondering voor de Joodse dichter die als geen ander in de Nederlandse taal ‘zó teer en zuiver de sfeer van de zevende dag’ wist te treffen. En achter het verwijt dat degene die van Amsterdam naar Jeruzalem ‘gedreven kwam’ de zionistische zaak verkwanseld had, schemert de identificatie. Wist Jaap Meijer niet alles van de Joodse demonen die ook Jacob Israël de Haan teisterden? Zou hij niet zijn eigen Joodse Jezusverzen schrijven? En: kon hijzelf soms uit de voeten met wat er terecht was gekomen van wat eens simpelweg Zionsverlangen heette?
Evelien Gans biedt een boeiend inzicht in dit spiegelgevecht van Jaap Meijer met Jacob Israël de Haan.
Evelien Gans
is bijzonder hoogleraar Hedendaags Jodendom, zijn geschiedenis en zijn cultuur aan de Universiteit van Amsterdam en als onderzoeker aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) verbonden.

Zij publiceerde o.a. Gojse nijd & joods narcisme – Over de verhouding tussen joden en niet-joden in Nederland (1994) en De kleine verschillen die het leven uitmaken (1999), een historische studie over Joodse sociaal-democraten en socialistisch-zionisten in Nederland. Ook is het eerste deel van de dubbelbiografie _Jaap en Ischa Meijer – Een joodse geschiedenis 1912-1956 (2008) van haar hand. Gans schrijft bovendien met enige regelmaat over antisemitisme en de functie van (anti-joodse) stereotypen.
Onlangs accepteerde NWO haar onderzoeksproject ‘The Dynamics of Contemporary Antisemitism in a globalising context. “The Jew