Vooral allochtonen en jongens hebben het gemunt op homo’s. En de politie blijkt in veel gevallen niet deskundig genoeg om goed om te gaan met meldingen van homovijandige incidenten.
Zo’n tweehonderd holebi’s en transgenders uit Nijmegen en omgeving hebben aan het onderzoek meegewerkt. Een derde van de deelnemers aan het onderzoek voelt zich nu onveiliger in vergelijking met een soortegelijk onderzoek uit 2004.
Van de 200 deelnemers zeggen 130 dat zij in de afgelopen vijf jaar slachtoffer zijn geweest van minimaal een geval van pesterijen, uitschelden of bedreiging. Voor transgenders geldt zelfs dat alle zeven deelnemers uit het onderzoek in een of meer situaties zijn uitgelachen, uitgescholden of bedreigd.
Het gevolg is dat holebi’s en transgenders hun gedrag aanpassen en bepaalde situaties en plekken in de stad mijden. Vier van de tien respondenten loopt op straat niet hand in hand of zoent met zijn/haar partner om problemen te vermijden.
Minder dan een kwart van de incidente wordt gemeld bij de politie of elders. Als dat wel gebeurd, dan is 56 procent van respondenten ontevreden over de manier waarop de politie de aangiftes afhandeld. Bij meldingen bij andere instellingen is dat 38 procent.
Als het aan de Adviescommissie Homo/Lesbisch Beleid en het Bureau Gelijke Behandeling ligt, gaat de gemeente Nijmegen maatregelen nemen om de veiligheidsbeleving van holebi’s en transgenders in de stad te vergroten. Dat staat in een advies dat naast het onderzoeksrapport aan de Nijmeegse burgemeester werd aangeboden.
In dat advies wordt voorgesteld de voorlichting over seksuele gerichtheid en genderidentiteit aan jongeren op scholen uit te breiden naar het basisonderwijs.
Ook wordt van de politie gevraagd meer werk te maken van meldingen van holebi’s en transgenders over incidenten, aangezien bij meer dan de helft van de aangiftes de melder ontevreden is over de afhandeling.
Het onderzoek is in opdracht van de Adviescomissie Homo-/Lesbisch Beleid en het Bureau Gelijke Behandeling door Marcel Coenders en Willem Huijnk van de Universiteit Utrecht, Algemene Sociale Wetenschappen uitgevoerd in 2008/09.
Zie voor meer informatie ons dossier Veiligheid en discriminatie.