HRW concludeert dat het geweld tegen holebi’s toeneemt en dat de Irakese regering niet genoeg doet om aan het geweld een einde te maken. De mensenrechtenorganisatie dringt er bij de Irakese regering op aan het vermoorden en martelen van holebi’s publiekelijk te veroordelen en stappen te zetten om daar zo snel mogelijk een einde aan te maken.
Een gerichte haatcampagne is volgens HRW eerder dit jaar van start gegaan in Sadr City, een sloppenwijk in Bagdad. Daar werden eerder dit jaar de lichamen van gemartelde holebi’s gevonden. De haatcampagne heeft zich volgens HRW daarna verspreid naar Kirkuk, Najaf en Basra, maar is nog altijd het heftigst in de hoofdstad.
Het rapport is gebaseerd op de getuigenissen van meer dan vijftig Irakese holebi’s. Uit hun verhalen blijkt dat zij op straat opgepikt worden en dat zij in huizen overvallen worden. Daarna worden zij ondervraagd en door marteling gedwongen om namen te noemen van andere mannen die mogelijk homoseksueel zijn.
Eén man vertelde HRW dat leden van de Mehdi Militie afgelopen april zijn partner, waar hij al tien jaar een relatie mee had, hebben ontvoerd en vermoord.
‘Laat op een avond hebben ze mijn vriend meegenomen uit het huis van zijn ouders. Vier gewapende en gemaskerde mannen drongen hun huis binnen en hebben hem voor de ogen van zijn ouders meegevoerd. Een dag later werd hij in de buurt teruggevonden. Ze hadden zijn lichaam bij het straatvuil gegooid. Zijn geslachtsdelen waren afgesneden en zijn keel was doorgesneden’.
‘In Irak is niets zo goedkoop als een mensenleven’, concludeert een getuigen. ‘Ze willen ons uitroeien’.
De getuigenissen worden bevestigd door artsen en medewerkers van mortuaria. Zij zien met regelmaat de vreselijk gemartelde lichamen van holebi’s die slachtoffer van de vervolging geworden zijn. Artsen bevestigen ook de al eerder gehoorde verhalen van holebi’s die vermoord zijn door hun anus dicht te lijmen alvorens zij onder dwang een lakseermiddel toegediend krijgen.
Homoseksualiteit is op zich niet strafbaar in Irak, maar kan wel juridisch vervolgd worden op grond van wetten die de publieke orde en moraal moet waarborgen. ‘Onmannelijk’ en ‘verwijfd’ gedrag is meer dan eens veroordeeld door woordvoerders van de Mehdi Milities en imams hebben al meer dan eens opgeroepen aan dat dit schandelijke gedrag ‘een einde te maken’.
Irak kent een wet – nog uit de tijd van voormalig dictator Saddam Hoessein – op grond waarvan ‘verzachtende omstandigheden’ gelden als misdrijven begaan worden met ‘eerbare motieven’ – daaronder geldt bijvoorbeeld ook het beschermen van de familie-eer. Volgens de Irakese regering wordt dit wetsartikel sinds de val van Saddam Hoessein echter niet meer toegepast.
De milities claimen dat zij door het moorden en martelen van homoseksuelen islamitische wetgeving navolgen, maar het HRW-rapport toont aan de moorden – willekeurig gepleegd zonder bewijs en rechtspraak en gebaseerd op vooroordelen – in strijd zijn met de uitgangspunten van de sharia-wetgeving.
Internationale mensenrechtenverdragen verbieden elke vorm van marteling en onmenselijke behandeling en garanderen het recht op leven en het recht op effectieve rechtsbescherming door de overheid. HRW wijst er op dat de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in 1994 – in de zaak Toonen vs. Australië – uitgesproken heeft dat op grond van het Internationaal Handvest voor Burger- en Politieke Rechten bescherming tegen ongelijke behandeling ook geldt voor seksuele gerichtheid.
‘Irakese leiders hebben de taak om alle Iraki’s te beschermen, niet om hen onverschillig over te laten aan gewapende agent of hate ‘, zegt Scott Long, directeur van het holebi/transgender-programma van HRW. ‘Wegkijken bij marteling en moord bedreigd het leven van alle Iraki’s’.
Volgens HRW bewijzen de moorden en martelingen van holebi’s dat het Irakese bewind dat sinds de val van Saddam Hoessein het land leidt er niet in slaagt om van Irak een rechtsstaat te maken waarin burgers zich veilig kunnen voelen.
Het Irakese ministerie van Binnenlandse Zaken heeft terughoudend op het HRW-rapport gereageerd. Maar generaal-majoor Abdul-Karim Khalaf, woordvoerder van het ministerie, wijst er op dat concrete bewijzen voor de betrokkenheid van de veiligheidstroepen ontbreken.
Bovendien is het voor de autoriteiten moeilijk om het geweld tegen holebi’s te bestrijden, omdat er vanwege het stigma en de geheimzinningheid rond homoseksualiteit maar weinig aangiften door de slachtoffers wordt gedaan.
‘Helaas doen de slachtoffers en hun familieleden geen aangiften, omdat zij het openlijk uitkomen voor de homoseksualiteit van het slachtoffer erger vinden dat het misdrijf dat gepleegd is’, zegt generaal-majoor Khalaf. Bovendien komt het ook voor dat familieleden van het slachtoffer zelf bij de moord of marteling betrokken is geweest.
De Irakese autoriteiten zouden vanwege het taboe ook niet in staat zijn om holebi’s te beschermen tegen het geweld dat hen bedreigd.
HRW geeft toe dat het taboe het inderdaad moeilijk maakt om precies te weten hoeveel slachtoffers er inmiddels gevallen zijn, maar de mensenrechtenorganisatie gaat er vanuit dat het om honderden slachtoffers gaat. De mensenrechtenorganisatie baseert zich daarbij ook op schattingen in een rapport van de Verenigde Naties dat afgelopen april verschenen is.
Zie hier het HRW-rapport over Irak.
Zie verder:
Irak – Homo’s vermoord na oproep vrijdaggebed
Iraakse medisch journalist krijgt gratie
Eenvoudiger asiel homoseksuelen uit Irak en Afghanistan