De nieuwe aartsbisschop van Utrecht kwam acht jaar geleden, bij zijn benoeming tot bisschop van Groningen, in het nieuws vanwege omstreden opvattingen over homoseksualiteit. Daar kijkt hij op terug en geeft zijn huidige visie op homoseksualiteit. Daarnaast wordt in het interview ingegaan op zijn rol bij de oprichting van de Katholieke Faculteit Theologie aan de universiteit van Utrecht.
Ontwikkelingsstoornis
Zijn benoeming in Groningen werd daardoor een rel. In de pers verschenen citaten uit collegedictaten van zijn hand, vooral over homoseksualiteit. Eijk zou hebben beweert dat homoseksualiteit ‘een neurotische ontwikkelingsstoornis is’ en dat homoseksuelen niet tot complete liefde in staat zijn.
Die ophef wordt nu hier en daar weer opgerakeld, maar ‘het roept niet veel meer op’, zegt Eijk. ‘De reacties op mijn benoeming zijn in het algemeen reuze meegevallen’.
Geen uitgemaakte zaak
In de krant zegt Eijk dat het geen uitgemaakte zaak is hoe homoseksualiteit is ontstaan. Het kan volgens de aartsbisschop psychisch bepaald zijn of in de genen zitten. ‘Of is het een combinatie? Dat zou ook nog heel goed kunnen. Ik heb beide visies altijd naast elkaar behandeld’, aldus Eijk.
De kerkelijke leer heeft vanuit haar bronnen – de Heilige Schrift, de traditie en het leergezag – geen antwoord op homoseksualiteit, aldus de 54-jarige aartsbisshop. ‘Dan moet je bij de wetenschap te rade gaan en die is niet eenduidig. Het laatste woord is er niet over gezegd. Nee, ook voor mij niet’, aldus Eijk in de krant.
Eijk benadrukte ook dat er in alle kerken, ongeacht hun mening over dit onderwerp, homoseksuele leden zijn die pastorale zorg nodig hebben. In zijn beruchte collegedictaten wekte Eijk de indruk van oordeel te zijn dat dit ook inhield dat het doorsturen naar een psycholoog een belangrijk onderdeel van die pastorale zorg voor homoseksuelen zou moeten zijn. Of dat nog zo, wordt uit het interview niet duidelijk.
Grootkanselier
Eijk was begin vorig jaar voorzitter van de commissie die over de fusie van de theologische faculteiten van Utrecht en Tilburg ging.
Dat betekende dat hij verantwoordelijk was voor de ‘screening’ van de wetenschappelijke staf, een voorwaarde om een officieel canoniek goedgekeurde theologisch instituut te kunnen zijn. Eijk werd verweten enkel trouw aan het leergezag als criterium voor zijn beoordeling van stafleden te hebben gehanteerd.
Enkele docenten, waaronder de homoseksuele moraaltheoloog Frans Vosman, kregen geen kerkelijk goedkeuringsstempel. Mogelijk omdat Vosman in allerlei geschriften te ‘liberale opvattingen’ over het ‘homohuwelijk’ geuit zou hebben. Zijn genuanceerde opvattingen over seksualiteit en zijn daaraan gekoppelde relativering van het belang van het traditionele huwelijk van man en vrouw liggen echter meer voor de hand als grond voor zijn afwijzing. En het feit natuurlijk dat hij samenleeft met een andere man. Maar daarover laat Eijk zich ook nu niet uit.
De gevolgde procedure riep de vraag op waar de grens van vrijheid van theologiebeoefening in de visie van Eijk lig.
Die vrijheid is er, ook aan een faculteit met kerkelijke erkenning, zegt Eijk. ‘Er zijn in de katholieke theologie verschillende stromingen, die perfect binnen het geloofsgoed passen’. Maar in publicaties van docenten moet de kerkelijke leer positief naar voren komen. Die leer begrenst die vrijheid, in al haar veelomvattendheid, stelt Eijk onomwonden.
Conclusie: de academische vrijheid op een canonieke theologieopleiding is op grond van deze uitspraken wel degelijk beperkt. Namelijk tot opvattingen die strikt binnen het leergezag blijven én die opvattingen ook positief naar voren brengen. Ruimte voor enig kritisch denken binnen, laat staan buiten die kaders wordt daarmee niet of nauwelijks geboden.
Als grootkanselier van deze opleiding is het nu de taak van Eijk over die ‘positieve’ trouw aan het leergezag te waken.
Nederlandse Ratzinger
Eijk wordt gezien als een katholiek die streng is in de leer. Zelf zegt hij als aartsbisschop ‘orthodox-rechtgelovig, transparant en consequent’ te zullen zijn. Zijn eerste opdracht is echter vooral zakelijk, het aartsbisdom Utrecht weer financieel gezond maken namelijk.
COC-voorzitter Frank van Dalen noemde Eijk bij het bekend worden van zijn benoeming tot aartsbisschop ‘de Nederlandse Ratzinger’.
‘Eijk staat en kiest voor een kerk als een gesloten burcht voor orthodoxen zoals hijzelf in een vijandige en te bestrijden geseculariseerde wereld – niet voor een kerk die open staat voor alle gelovigen in een pluriforme samenleving waaraan we met elkaar in dialoog en harmonie moeten samen leven, samen werken’.
Eijk neemt vandaag tijdens een plechtige eucharistieviering in de St. Catharinakathedraal in Utrecht bezit van de zetel van het aartsbisdom Utrecht. Paus Benedictus XVI benoemde Eijk op 11 december jl. tot aartsbisschop van Utrecht.
Zie ook:
Bisschop Eijk nieuwe aartsbisschop Utrecht
RK-kerk zuivert nieuwe opleiding
Zie voor informatie ons dossier Vaticaan.