Terug naar overzicht

'COC hoort in Reli-Canon'

Volgens

prof. Van Deursen

, emeritus hoogleraar geschiedenis aan de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam en gespecialiseerd in de geschiedenis van kerk en religie, zijn deze organisaties vormgevers en behoeders van de moraal geworden en vervullen ze zodoende de functie die de kerken vroeger vervulden.

Van Deursen meende dat de belangenvereniging van homoseksuelen, het COC, ook een plaats verdient in de canon van de kerkgeschiedenis, omdat het COC de grenzen van de gewetensvrijheid wil inperken. ‘In de zeventiende eeuw was dat nu typisch de rol van de gereformeerde predikanten, tegenover de meer verlichte regenten’. Van Deursen doelde op de acties van het COC tegen gewetensbezwaarde trouwambtenaren.

Hij noemde ook het Clara Wichmann Instituut, dat de SGP het beroep op de Bijbel als het gaat om de rol van de vrouw in de politiek uit de hand heeft geslagen. Women on Waves propageert abortus in landen waar abortus niet of nauwelijks mogelijk is. ‘Een soort seculiere zending dus, terwijl de geloofszending haar beste tijd gehad heeft’, volgens Van Deursen.

Van Deursen sprak op de druk bezochte jaarvergadering van de Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis (VNK), die gewijd was aan de relicanon van het tijdschrift VolZin, opinieblad voor geloof en samenleving. De relicanon bevat 25 historische onderwerpen waarvan elke Nederlander weet zou moeten hebben, zoals de Afscheiding en het kerkelijk verzet in de Tweede Wereldoorlog.

De relicanon leidde tot geanimeerde debatten op de jaarvergadering. Marit Monteiro, hoogleraar geschiedenis van het Nederlands katholicisme in Nijmegen, vond het opmerkelijk dat er zo weinig vrouwen in de relicanon voorkwamen. Ze vroeg opsteller Willem van der Meiden hoeveel vrouwen aan de relicanon hadden meegewerkt. Het antwoord bevestigde wat ze al vermoedde: vier vrouwen en 41 mannen.

Kerkhistoricus George Harinck, hoogleraar aan de vrijgemaakt-gereformeerde Theologische Universiteit Kampen en aan de Vrije Universiteit, toonde zich sceptisch over het nut van canons. Met een knipoog zei hij dat hij zich herkende in de relicanon wegens de vele protestantse onderwerpen. ‘Het is een protestantse canon met een knikje naar de katholieken’.

Zijn collega Auke Jelsma, emeritus hoogleraar aan de protestantse universiteit in Kampen, vond 25 onderwerpen veel te veel. Hij meende dat de Nederlandse kerkgeschiedenis niet zoveel voorstelde. ‘Toen Karl Barth en Dietrich Bonhoeffer naam maakten, hadden wij hier de Vrijmaking’. De Nederlandse relicanon heeft genoeg aan een paar onderwerpen, vond Jelsma. Hij noemde Erasmus, de Beeldenstorm en de Statenbijbel.

Jelsma’s eigen canon maakte de tongen los. In de zaal stond een man op die zei dat hij namens de Nederlandse Katholieke Schoolraad sprak en dat die Raad op 9 juni a.s. een canon publiceert van de geschiedenis van het christendom wereldwijd. ‘Maar zeg het niet verder, er rust een embargo op’.

Tussendoor werd geregeld kritiek geleverd op de

Canon van Nederland

. Die canon werd in oktober 2006 gepubliceerd door een overheidscommissie onder leiding van de Utrechtse literatuurhistoricus F.P. van Oostrom.

Vooral Van Deursen was scherp. Verwijzend naar een uitspraak van Van Oostrom zei hij dat de commissie de verzuiling niet had opgenomen, om te voorkomen dat de verzuiling terugkeert en om kinderen te beschermen tegen de verkeerde invloeden ervan.

Van Deursen: ‘Erg behaaglijk voel ik mij daarbij niet. Met dit soort pedagogiek op inspiratie van de overheid wordt in feite een politiek doel nagestreefd. Het doet enigszins denken aan de negentiende eeuw, toen Kappeyne van de Coppello in de Tweede Kamer betoogde, dat alleen aan de openbare school de vaderlandse geschiedenis in haar zuiverheid werd geleerd’.

Prof.dr. G.J. Schutte, emeritus hoogleraar geschiedenis van het Nederlands protestantisme aan de VU, hekelde de snelle groei van het aantal historische canons. Hij deed een krachtig appel op de aanwezigen zich te keren tegen de canon van Van Oostrom. ‘Breek in die canon in! Na de Statenvertaling van 1637 speelt religie bij Van Oostrom geen rol meer. Hij heeft zo vanuit het heden gedacht, dat er voor het verleden geen ruimte meer is’.

VNK-voorzitter prof.dr. H.J. Selderhuis memoreerde met vreugde de toenemende belangstelling voor de kerkgeschiedenis en het groeiend aantal leden.

Overigens heeft ook het COC kritiek op de canon van Van Oostrom, omdat daarin ‘1 april 2001’, de datum waarop de eerste huwelijken van paren van gelijk geslacht gesloten werden, ontbreekt. Die historische gebeurtenis zou een prima luikje in de canon opgeleverd hebben om in het onderwijs aandacht aan de geschiedenis van homoseksualiteit in Nederland te besteden.