Terug naar overzicht

RK-kerk zuivert nieuwe opleiding

Kardinaal Simonis heeft een nieuwe functie: grootkanselier van de Faculteit voor Katholieke Theologie (FKT) te Utrecht. In die hoedanigheid opent hij maandag 22 januari 2007 deze nieuwe faculteit.

Trouw aan het leergezag

Wim Eijk, bisschop van Groningen-Leeuwarden en sinds kort vicegrootkanselier van de faculteit, leidt de ‘screening’ van alle medewerkers uit Utrecht en Tilburg die samen op de officieel goedgekeurde katholieke theologieopleiding gaan werken.

Dat gebeurt volgens de Belg Adelbert Denaux, de nieuwe decaan van de faculteit, vooral op basis van één criterium: de mate van trouw aan het kerkelijke leergezag in publicaties. Eijk bestudeerde de publicaties van de medewerkers, met voor enkelen grote gevolgen.

Homohuwelijk

Daaronder ook professor

Frans Vosman

, want voor hem is op de nieuwe theologie-opleiding geen plaats meer. Vosman was tot voor kort hoogleraar moraaltheologie in Utrecht en vervult dezelfde functie aan de Universiteit van Tilburg.

Trouw stelt vandaag dat het niet duidelijk is, of Vosman aan de nieuwe faculteit niet welkom is vanwege zijn ‘liberale opvattingen over het homohuwelijk’.

Vosman kan zich dat niet voorstellen: ‘Dat lijkt me sterk, want ik ben, zoals iedereen weten kan, een tegenstander van het homohuwelijk’.

Naar eigen zeggen heeft Vosman, bestuurslid van COC Nijmegen in de jaren ’90, pittige uiteenzettingen achter de rug met mensen in de homobeweging, omdat hij stelt dat het opkomen voor homorechten niet de vorm van ijveren voor een ‘homohuwelijk’ moet aannemen; ‘dat heb ik altijd een denkfout gevonden’.

Wel zegt Vosman van mening te zijn, dat de staat goede regelingen moet treffen voor al die mensen van gelijk geslacht die zich aan elkaar willen verbinden en het daarbij voor elkaar op willen nemen. ‘Ik denk daarbij aan het erfrecht, inkomensregelingen en vraagstukken rond adoptie’.

Kirche und Homosexualität – eine Lackmusprobe für den Glauben, dat zou het artikel zijn waar moraaltheoloog Frans Vosman door bisschop Eijk over werd doorgezaagd. In dit in 2001 in het Internationale Kirchliche Zeitschrift verschenen artikel nuanceert Vosman de scherpe tegenstelling tussen het traditionele huwelijk en homoseksuele relaties.

‘Ik probeer dit te ontscherpen door te betogen dat seksualiteit voor alle mensen een instabiel fenomeen is. Ik erken het belang van het huwelijk, maar relativeerde het apart zetten ervan’, licht Vosman tegenover het Tilburgse universiteitsblad Univers toe. Hij snapt niet dat deze ‘gematigde’ opinie zo’n probleem vormt. Op zijn tegenargumenten is volgens Vosman onvolledig en onduidelijk gereageerd.

Frans Vosman hield verder over dit onderwerp in het Nijmeegse holebi-centrum Villa Lila in 1997 de Toon van Heusen-lezing onder de titel ‘Het ‘Homohuwelijk’ – een belemmering voor een eervolle moraal’.

Onzorgvuldig

Vosman las zaterdag 20 januari in Trouw dat hij aan de nieuwe faculteit niet welkom is. ‘Dat zal wel zo zijn, maar daar begint het al: de gevolgde procedure is dermate onzorgvuldig, dat ik officieel nog geen bericht heb gehad of ik wel of niet welkom ben. Dat geldt ook voor anderen. Mensen krijgen mondeling wel medegedeeld hoe de vlag er in hun geval ongeveer bij hangt, maar bij mijn weten heeft niemand nog iets op schrift’.

‘Natuurlijk heeft de kerk principieel het recht om de rechtzinnigheid van haar theologen te toetsen, maar de procedure die bij de screening voor de nieuwe Faculteit Katholieke Theologie is gevolgd, was onzorgvuldig en onevenwichtig’, stelt Vosman.

Vosman geeft ook een voorbeeld van de onzorgvuldige werkwijze: afgesproken was dat op artikelen van maximaal vijf jaar oud zou worden gescreend, maar in de praktijk werd ook ten minste één artikel van meer dan 10 jaar geleden ter tafel gebracht.

‘Monseigneur Eijk en de universiteiten hadden zich beter aan de in 1998 tussen de fusiefaculteiten en de Nederlandse bisschoppenconferentie overeengekomen procedure moeten houden’, zegt Vosman.

De moraaltheoloog is niet alleen teleurgesteld in de werkwijze van de kerk, maar ook in die van de universiteit, die in de nu gevolgde ‘ad hoc procedure’ niet heeft ingegrepen. ‘Zowel de kerkleiding als de leiding van de faculteit zijn in mijn ogen schuldig. Misschien is het onkunde. Mijn vak is mij op onjuiste gronden afgepakt’.

Omdat Vosman geen vertrouwen meer heeft in de procedure, gaat hij vooralsnog niet in hoger beroep. En over zijn opvolger op de FKT maakt Vosman zich weinig illusies: ‘Dat zal iemand worden die de wetenschap radicaal begint met kerkelijke normatieve uitspraken’.

Kwade genius

De Utrechtse kerkhistoricus dr. Ton van Schaik zegt te vermoeden waarom Vosman is afgewezen.

‘Dat heeft te maken met zijn homoseksuele geaardheid en bovendien woont hij samen met een partner. Eigenlijk is dat informatie waar wij als buitenstaanders niets mee te maken hebben, maar omdat dat volgens mijn overtuiging in deze zaak een rol speelt, vind ik dat ik het moet melden’, aldus Van Schaik.

De kwade genius is volgens de kerkhistoricus bisschop Eijk. Als vice-grootkanselier van de faculteit is hij nauw betrokken bij de benoemingsprocedure en heeft hij alle wetenschappelijke publicaties van de toekomstige docenten gescreend.

‘Als het gaat om homoseksualiteit is bisschop Eijk zeer rigide, hij is de man van de harde lijn. Om deze affaire hangt de geur van discriminatie, maar dat is niet te bewijzen, zo slim is Eijk wel’, meent Van Schaik.

Nihil obstat

Elke universitair medewerker die in colleges raakt aan de kerkleer, dient via bisschop Eijk een zogenaamd ‘nihil obstat’ te verkrijgen, een verklaring van ‘geen bezwaar’ uit Rome.

Een ‘aantal mensen’ heeft helemaal geen nihil obstat gevraagd, ‘om welke reden dan ook’, zegt universitair woordvoerder Pieter Siebers. Twee medewerkers die om de Vaticaanse zegen hadden gevraagd, hebben een afwijzing gekregen. Een van hen accepteert dat, de ander ‘bezint zich nog’ op een kerkelijk hoger beroep. Wie het zijn, en op welke gronden ze zijn afgewezen, wil decaan Denaux niet zeggen. Wel, dat medewerkers ‘fundamenteel loyaal dienen te zijn aan de katholieke traditie’.

De procedure van het screenen is ‘niet leuk’ zegt Siebers. Hij bevestigt dat de totstandkoming van de nieuwe faculteit een goed moment was om het docentenbestand te schonen.

Steun uit Tilburg

Het College van Bestuur van de Universiteit van Tilburg vindt echter dat twee kandidaten voor het docentschap aan de nieuwe Faculteit Katholieke Theologie ten onrechte zijn afgewezen.

De woordvoerder van de universiteit wil om privacy-redenen niet zeggen om welke kandidaten het gaat. ‘Zij zijn door het College van Bestuur voorgedragen voor benoeming. Als de betrokkenen tegen hun afwijzing beroep aan willen tekenen, zullen we dat zeker steunen’.

Betrokkenen hebben vooraf wel een baangarantie gekregen; wie niet in aanmerking komt voor het door bisschop Eijk goedgekeurde rooms-katholieke godgeleerdencorps, krijgt binnen de faculteit geesteswetenschappen een andere baan, zegt Siebers.

Femistische theologie

Dat geldt dus ook voor professor Vosman. Hij windt zich daar minder over op, dan over het feit dat aan de nieuwe faculteit de feministische theologie zal ontbreken: ‘Zo wordt één van de grote vorderingen van de lekentheologie ongedaan gemaakt’.

Anne-Marie Korte, hoogleraar Vrouwenstudies Theologie, doceerde dat vak twintig jaar in Utrecht. Ze heeft de procedure voor het verkrijgen van Vaticaanse goedkeuring niet doorlopen. Net als twee Tilburgse theologes met dezelfde specialisatie.

Korte: ‘Het bestuur zei me dat het gezien mijn vakgebied zinloos was om de aanvraag in te dienen. Het vakgebied zou niet worden voortgezet’.

Korte, die verdergaat als hoogleraar in Tilburg, staat er niet van te kijken. ‘De vragen die de feministische theologie de afgelopen decennia heeft opgeworpen, bijvoorbeeld over vrouwelijk priesterschap, hebben ertoe geleid dat de Rooms-Katholieke kerk de grenzen alleen maar heeft verscherpt. Ik betreur het dat studenten aan de nieuwe faculteit geen onderwijs meer zullen krijgen over dit spanningsveld. Hun pakket wordt minder compleet, en mist aansluiting op vragen uit de hedendaagse samenleving’.

Eijk spreekt nieuws tegen

Vrouwenstudies blijft wel deel uitmaken van het curriculum van de Faculteit Katholieke Theologie. Dat zegt

bisschop Eijk

zondagavond in het RKK-programma Kruispunt Radio.

Hoe sterk het vakgebied binnen het curriculum van de faculteit die morgen wordt geopend, vertegenwoordigd zal zijn, laat Eijk in Kruispunt Radio in het midden. De bisschop: ‘Er is binnen het nieuwe curriculum opnieuw gekeken naar aantallen uren, sommige vakken hebben minder uren, andere meer, maar het is zeker niet verdwenen’.

Gevraagd of er – zoals Trouw stelt – een ‘zuivering’ heeft plaatsgevonden bij de selectie van hoogleraren en docenten die aangesteld worden bij de nieuwe faculteit, stelt Eijk dat tijdens een ‘zorgvuldige en uitgebreide procedure publicaties gewikt en gewogen zijn’. De publicaties moesten bijdragen aan de katholieke leer of in ieder geval niet tegen de katholieke leer ingaan.

Daarmee weerspreekt bisschop Eijk de ervaring van professor Vosman die de procedure juist als onzorgvuldig heeft ervaren. Of het niet benoemen van Vosman ietst te maken heeft met zijn standpunt over het ‘homohuwelijk’ of zijn homoseksualiteit zelf, daarop wilde de bisschop niet ingaan.

‘De screening heeft plaatsgevonden in nauw overleg met de Congregatie voor de Katholieke Opvoeding in Rome waarbij canonieke erkenning van de de niuewe theologische faculteit steeds het doel was’ laat bisschop Eijk weten.

Bisschop Eijk ziet geen reden tot ongerustheid waar het de wetenschappelijkheid van de nieuwe faculteit betreft. Hij stelt dat er binnen de faculteit, ‘blijvend binnen de kaders van de leer, nog een behoorlijke mate van academische vrijheid overblijft’. De bisschop: ‘Onverlet de kerkelijke leer zullen verschillende denkstromingen tot hun recht kunnen komen’.

Eén groot seminarie

Het intensieve en tot nu toe moeizame fusieproces van theologische faculteiten begon in 2004. De Nederlandse bisschoppen wilden één rooms-katholieke faculteit, één opleiding die voldoet aan alle kerkelijke eisen, zodat diakens, pastoraal werkers en priesters op de universiteit hun papieren kunnen halen. De Rooms-Katholieke kerk, de universiteiten van Tilburg en Utrecht en de Nijmeegse Radboud Universiteit begonnen vol optimisme aan de gesprekken.

‘Nijmegen’ hield het snel voor gezien. Dat er na de fusie alleen nog in Utrecht katholieke theologie zou worden gedoceerd, en niet meer op de Nijmeegse campus, stond de Radboud Universiteit tegen.

Maar op de achtergrond speelden ook bezwaren tegen de invloed van de Kerk van Rome op het studieprogramma en de screening van medewerkers. Tilburg (faculteit Theologie en Religiewetenschappen) en Utrecht (Katholieke Theologische Universiteit) zetten door.

Inmiddels kunnen veel hoogleraren en docenten in Utrecht en Tilburg zich de Nijmeegse bedenkingen wel voorstellen, al spreken ze er niet openlijk over. Een van de Utrechtse hoogleraren zegt: ‘Het wordt hier één groot seminarie’.

Simplex ordo

De nieuwe Faculteit Katholieke Theologie (FKT) vervolgt de Utrechtse weg van de _simplex ordo_. Daarbij worden alle vakken als het ware kerkgebonden, dus ‘vanuit een binnenperspectief’ beoefend, zegt dr. Marcel Poorthuis. Hij ondervond persoonlijk ‘slechts lichte strubbelingen’ bij het verkrijgen van een ‘nihil obstat’.

‘De binding aan een kerk en aan een religieuze traditie leidt niet tot bevooroordeeldheid, al blijft dat gevaar altijd aanwezig, maar is wat mij betreft juist een voorwaarde voor de volle theologie. Al het andere is religie- en cultuurwetenschap. Ook mooi, maar meer vanuit een buitenperspectief gedaan’, meent Poorthuis.

Het ‘binnenperspectief’ komt ook tot uitdrukking in de persoon van de nieuwe decaan, de Vlaming Adelbert Denaux. Hij heeft naar eigen zeggen ‘volop contacten in Rome’ en is lid van de internationale theologische commissie van het Vaticaan, die studies schrijft in opdracht van de Congregatie voor de Geloofsleer.

‘Toenmalig kardinaal Ratzinger, de huidige paus, was jarenlang mijn chef’, zegt Denaux. Denaux pleit, net als paus Benedictus XVI, voor een theologie die geloof en rede combineert. ‘Het geloof kan de rede verruimen, de rede kan het geloof verhelderen’.

In zijn ogen geeft de Rooms-Katholieke kerk ‘een teken van vertrouwen’ door het gesprek met de academische wereld aan te gaan, in plaats van ambtsopleidingen helemaal in eigen beheer te houden.

Bedrijfscultuur

Dat de kerk dit ‘gesprek’ ook eenzijdig kan beëindigen door docenten en hoogleraren af te wijzen op grond van hun opvattingen, vindt Denaux volkomen terecht.

‘Als iemand in een fabriek werkt, en hij doet dingen die ingaan tegen de bedrijfscultuur, wat zoekt hij daar dan nog? Iedereen heeft het volste recht anders te denken, maar dat moet men dan elders doen’.

Maar dat is bij Korte en Vosman niet het geval, vindt de voormalige universiteitsraad van de KTU in Utrecht, die nu samen met de Tilburgse theologen één faculteit gaan vormen. In een brief aan de voorzitter van het College van Bestuuur Hein van Oorschot uit de raad kritiek op de procedure en waarschuwt voor het indammen van de academische vrijheid. Raadsvoorzitter Anke Bisschops: ‘Het is heel demotiverend als je twee hele loyale, integere en goede docenten verliest. Niemand begrijpt het’.

De rechtstreekse band met het Vaticaan zal de onbevangenheid van de Utrechtse onderzoekers mogelijk verkleinen. Gérard van Tillo, emeritus hoogleraar godsdienstsociologie aan de Universiteit van Amsterdam: ‘Door in Utrecht iemand uit de hoogste Romeinse echelons neer te zetten, benadrukt de kerk de verticale lijnen, de kracht van de hiërarchie. Utrecht wordt duidelijk neergezet als een orthodoxe opleiding’.

Van Tillo, die aan vijf universiteiten werkte, denkt dat Utrecht en Tilburg zich hiermee wetenschappelijk diskwalificeren. ‘Als geloofswaarheden niet onderzocht mogen worden, stijgt de universiteit niet qua academische statuur’.

Doodlopende weg

Niet iedereen is gelukkig met de kerkelijke contrôle op de nieuwe theologie-opleiding. Willemien Otten, hoogleraar Geschiedenis van het Christendom in Utrecht, vindt de screening ‘zorgelijk’. De koers die instellingen als de nieuwe FKT varen, noemt zij een ‘doodlopende weg’.

Volgens haar moet het in de universitaire wereld gaan om excellentie en niet om loyaliteit aan een religie. De overheid, die de nieuwe theologische opleiding volledig betaalt, zou, zo stelt Otten, ‘zich moeten richten op een overkoepelend beleid voor een multireligieus Nederland. De overheid kan hier niet mee doorgaan en voor elke stroming een eigen instelling inrichten van humanisten tot boeddhisten’.

Zonder luizen in de pels

Meerdere studenten en docenten zeggen zich zorgen te maken over de ontwikkelingen, maar geen van hen wil dat met naam en toenaam in de krant vermeld zien. Dit hangt ook samen met de weinig transparante wijze waarop het proces zich voltrekt; ook betrokkenen ontbreekt het aan overzicht.

Anke Bisschops, voorzitter van de faculteitsraad van de voormalige KTU, zegt daarover: ‘Ik heb studenten huilend voor me gehad, man en vrouw’.

‘Gewild of ongewild gaan van dergelijke maatregelen het signaal uit dat wie zich niet strikt aan de ‘kerkelijke regels’ houdt daarop afgerekend, om niet te zeggen gestraft kan worden’, schrijft Bisschops namens de faculteitsraad al op 21 december aan het College van Bestuur. Dat raakt aan de vrijheid van onderzoek en aan open sollicatieprocedures, is de vrees van de KTU-gemeenschap.

Maar de contouren zijn onmiskenbaar: een opleiding zonder luizen in de pels.

Opening van de nieuwe faculteit

, maandag 22 januari, 15.30 uur, in de Boothzaal van de bibliotheek van de Universiteit Utrecht, Heidelberglaan 3, eerste verdieping in De Uithof.